Vocab Nature Flashcards


Set Details Share
created 3 weeks ago by rubendebaerdemaeker
updated 2 weeks ago by rubendebaerdemaeker
Subjects:
english
show moreless
Page to share:
Embed this setcancel
COPY
code changes based on your size selection
Size:
X
Show:

1

the landscape

het landschap

2

the scenery

het landschap, het decor

3

the terrain

het terrein, het landschap

4

rugged

ruig, grillig

5

rolling

glooiiend

6

the vantage point

het uitzichtpunt

7

the panoramic view

het panoramische uitzicht

8

vast

uitgestrekt, enorm

9

extensive

uitgestrekt, omvangrijk

10

sweeping

weids, uitgestrekt

11

remote

afgelegen, geïsoleerd

12

quiet

stil, rustig

13

tranquil

stil, sereen, rustig

14

windswept

guur, door de wind geteisterd

15

rugged

ruig, grillig

16

craggy

rotsachtig, grillig

17

bold

robuust, krachtig

18

distinctive

karakteristiek, kenmerkend

19

diverse

divers, gevarieerd

20

ancient

eeuwenoud, oeroud

21

pristine

ongerept, maagdelijk

22

unspoilt

ongerept, maagdelijk

23

untouched

ongerept, maagdelijk

24

verdant

groen, met gras bedekt

25

dense

dicht, dichtbegroeid

26

shady

schaduwrijk

27

seasonal

seizoensgebonden

28

underground

onderaards

29

geothermal

geothermisch, met betrekking tot aardwarmte

30

marine

marien, met betrekking tot de zee

31

offshore

voor de kust, buitengaats

32

the highlands

de hooglanden

33

the lowlands

de laaglanden

34

the mountain range

de bergketen

35

the hill

de heuvel

36

the slope

de helling, de glooiing

37

steep

steil

38

the ridge

de bergkam, de heuvelrug

39

the peak

de bergtop, de piek

40

the summit

de bergtop

41

the plateau

het plateau

42

the valley

de vallei, het dal

43

the plain

de vlakte

44

the scree

de puinhelling

45

the boulder

het rotsblok

46

the cliff

de klif

47

the canyon

de kloof, het ravijn

48

the gorge

de kloof, het ravijn

49

the coastline

de kustlijn

50

the dune

de duin

51

the gravel beach

het kiezelstrand

52

the pebble

de kiezelsteen

53

the sandy beach

het zandstrand

54

the fjord

de fjord

55

the loch

het meer, de zeearm (Schots)

56

the wetland

het moerasgebied, het drasland

57

the peatland

het veengebied

58

the moorlands

de heide- en veengebieden, de hoogveenlandschappen

59

the marsh

het moeras, het drasland

60

the bog

het hoogveen, het moeras (afh. van regenwater)

61

the fen

het laagveen, het moeras (afh. van grondwater)

62

the mire

het veenmoeras (parapluterm voor 'bog' en 'fen')

63

the flood plain

de overstromingsvlakte

64

the forest

het bos, het woud

65

the rainforest

het regenwoud

66

the woodland

het bosgebied, het bos

67

the grassland

het grasland

68

the heathland

het heidegebied, het heideterrein

69

the heather

de heide, het heidekruid

70

the bush

het struikgewas

71

the pasture

de weide, het weiland

72

the farmland

het akkerland, de landbouwgrond

73

agricultural

agrarisch, landbouwkundig

74

arable

bebouwbaar, geschikt voor akkerbouw

75

pastoral

landelijk, pastoraal, idyllisch

76

the reed

het riet

77

the sedge

de zegge (rietachtige plant)

78

the wildflowers

de wilde bloemen

79

the fungi

de schimmels, de paddenstoelen

80

the source

de bron

81

downstream

stroomafwaarts

82

upstream

stroomopwaarts

83

the tributary

de zijrivier

84

the river bank

de rivieroever

85

the rapid

de stroomversnelling

86

to meander

meanderen, kronkelen

87

the winding river

de kronkelende rivier

88

the tumbling streams

de snelstromende, voortstormende beken

89

the sediment

het sediment, de afzetting, het slib

90

the delta

de delta, de riviermonding

91

the estuary

het estuarium, de riviermonding

92

the bedrock

het grondgesteente (ook figuurlijk: het fundament)

93

the limestone

de kalksteen

94

the shale

de schalie (geharde klei)

95

the sandstone

de zandsteen

96

the cave

de grot

97

the cavern

de grote grot

98

the sinkhole

het zinkgat, het verdwijngat

99

the mud pool

de modderpoel

100

the hot spring

de warmwaterbron

101

the geyser

de geiser

102

the glacier

de gletsjer

103

the tectonic plate

de tektonische plaat

104

the fault line

de breuklijn

105

the earthquake

de aardbeving

106

the volcanic eruption

de vulkaanuitbarsting

107

the landslide

de aardverschuiving

108

to erode

eroderen, uithollen

109

the downpour

de stortbui

110

torrential

hevige, stort- (over regen)

111

to condense

condenseren

112

the wildlife

de wilde dieren, de flora en fauna

113

the cattle

de runderen, het vee

114

the deer

de herten

115

the free-roaming animals

de vrij rondlopende dieren

116

teeming (with)

wemelend (van), krioelend (van)

117

brimming (with)

boordevol (van)

118

dotted (with)

bezaaid (met), bespikkeld (met)

119

to abound

overvloedig aanwezig zijn, wemelen

120

thriving

bloeiend, welvarend

121

the trail

het wandelpad, het spoor

122

the byways

de landweggetjes

123

the country lane

de landweg

124

the picture-postcard villages

de schilderachtige, ansichtkaartwaardige dorpen

125

the heritage

het erfgoed, de cultuurhistorie

126

the stronghold

het bolwerk, het toevluchtsoord

127

the hide

de vogelhut, de schuilhut (om wild te spotten)

128

the guide

de gids

129

the treasure trove (of)

de schatkamer, de schatbewaarplaats (figuurlijk)

130

an array of

een scala aan, een reeks van

131

steeped (in)

doordrenkt (van), rijk (aan, bv. geschiedenis)

132

to be home to

het thuis- of leefgebied zijn van

133

to cater for

voorzien in de behoeften van, zich richten op

134

to keep your eyes peeled

je ogen goed openhouden, goed rondkijken

135

to pave the way

de weg vrijmaken, effenen

136

to take a dip

een duik nemen

137

the journey

de reis

138

welcoming

gastvrij, uitnodigend

139

lively

levendig

140

traffic-free

autovrij

141

accessible

toegankelijk

142

off-limits

niet toegankelijk, verboden terrein