Engels Flashcards


Set Details Share
created 1 year ago by Ties
3 views
Engels
Subjects:
engels
show moreless
Page to share:
Embed this setcancel
COPY
code changes based on your size selection
Size:
X
Show:

1

administrative assistant

administratief medewerker

2

covering/cover letter

sollicitatiebrief

3

curiosity

nieuwsgierigheid

4

to convince

overtuigen

5

to pursue

nastreven

6

promotion/employment/job prospect

promotiekansen/ vooruitzichten op werk

7

to reimburse

vergoeden

8

travel expenses

reiskosten

9

working conditions

arbeidsomstandigheden

10

job description

functieomschrijving

11

trial period

proefperiode

12

sick pay

loondoorbetaling bij ziekte

13

pension scheme

pensioenregeling

14

permanent

blijvend

15

to be up your street

dat iets wat voor je is (this job would be right up your street)

16

supplementary

aanvullend

17

overtime

overwerk

18

sheer

puur

19

forefront

op de voorgrond

20

driving license

rijbewijs

21

vacancy

vacature

22

job position

baan

23

steady job

vaste baan

24

resignation

ontslag

25

notification

aankondiging

26

retirement

pensioen

27

productivity

productiviteit

28

lack

gebrek

29

substantial

wezenlijk

30

employee

werknemer

31

pay dispute

loonconflict

32

to negotiate

onderhandelen

33

pay rise

loonsverhoging

34

to economise (BrE ) / economize (AmE)

bezuinigen

35

consultant

adviseur

36

to streamline

stroomlijnen

37

to clarify

verduidelijken

38

agent

vertegenwoordiger

39

competitor

concurrent

40

executive

uitvoerende macht (soort directeur)

41

industrialist

fabrikant (maar dan groot, maatje Unilever bijvoorbeeld)

42

manufacturer

fabrikant

43

client

klant

44

dealer

verkoper

45

foreman

voorman/ploegbaas (denk aan de bouw)

46

labourer

arbeider

47

trainee

soort stagiair (maar met salaris, meer een leer-werkplek)

48

to headhunt

op jacht gaan voor de perfecte persoon voor een baan (een soort matchmaker dus)

49

multinational

internationale onderneming

50

to be at the end of your tether

geen geduld meer hebben

51

to give the sack

ontslaan

52

to have your nose to the grindstone

heel hard werken gedurende een lange periode

53

a golden handshake

een grote (vertrek)bonus (geld) van je werk

54

to take on

op je nemen

55

to be on the go

druk zijn (met werk etc.)

56

to overlook

missen

57

on your toes

op je hoede zijn

58

complacent

zelfvoldaan

59

to dismiss

wegsturen

60

eligible

verkiesbaar

61

to commence

beginnen

62

in respect of

ten aanzien van

63

to be entitled (to)

recht hebben op

64

negotiable

onderhandelbaar

65

to terminate

beƫindigen

66

notice

opzegtermijn (2 weeks notice bijv)

67

intention

voornemen/bedoeling

68

appalling

schokkend

69

creation

schepping

70

to contribute to

bijdragen aan

71

worthwhile

de moeite waard

72

praise

lof

73

employer

werkgever

74

conference

conferentie

75

compulsory

verplicht

76

provision

voorziening

77

authorities

bevoegdheden

78

provided that

indien/mits

79

to ensure

garanderen

80

core subject

kernvak

81

emphasis

nadruk

82

academic

academisch

83

corporal punishment

lijfstraffen

84

apprentice

een soort stagiair (a person who is learning a trade from a skilled employer, having agreed to work for a fixed period at low wages)

85

trainee teacher

stagiair in docentvorm

86

continuous

doorgaand, continu

87

progressive

vooruitstrevend

88

assessment

beoordeling

89

vocation

roeping

90

work placement

stage

91

to play truant

spijbelen

92

notorious

berucht

93

inadequate

inadequaat

94

strategic

strategisch

95

examiner

inspecteur

96

to highlight

benadrukken

97

to feature

bevatten

98

to illuminate

highlighten

99

derelict

verlaten (een gebouw bijv)

100

branded

bestempeld

101

former

voormalige

102

prior

eerst, daarvoor

103

preceding

voorafgaande

104

to witness

getuige zijn van

105

infamy

schande, beruchtheid

106

disruptive

verstorend

107

expulsion

van school gestuurd worden

108

suspension

schorsing

109

virtually

als het ware

110

verbally

letterlijk, verbaal

111

to oppress

onderdrukken

112

to abuse

misbruiken

113

graduation

diploma-uitreiking

114

degree

afhankelijk van de context: diploma of hoeveelheid/level (I agree with you to a certain degree)

115

loan

lening

116

scholarship

studiebeurs

117

mischievous

stout, ondeugend

118

detention

nablijven

119

tutor

mentor

120

to revise

leren voor een toets

121

to retake / resit

herkansen

122

job prospect

baankans(en)

123

evening classes

avondlessen

124

commitment

toewijding

125

to specialise

ergens in specialiseren

126

to apply yourself

hard je best doen

127

to contribute to

bijdragen aan

128

insolent

brutaal/ongehoorzaam

129

to participate in

meedoen aan

130

distracted

afgeleid

131

half-hearted

halfslachtig

132

mature

volwassen

133

to make a/your mark (on something)

je stempel op iets drukken

134

to tell off

uitfoeteren/een standje geven

135

to apply for a job

solliciteren

136

to apply to

van toepassing zijn op

137

to drop

laten vallen

138

to drop out of

niet afmaken/stoppen

139

to drop the charges

aanklacht intrekken

140

to rule

heersen

141

to aid

steunen

142

developing world / countries

ontwikkelingslanden

143

gravity (of the problem)

de ernst

144

advent

de komst

145

to donate

doneren

146

to manufacture

produceren

147

enterprise

onderneming

148

to guarantee

garanderen

149

to sponsor

sponsoren

150

proceeds

opbrengst

151

consequent

consequent

152

subsequent

erop volgend/ later

153

to pledge

een belofte doen

154

to settle a dispute

een ruzie bijleggen

155

negotiation

onderhandeling

156

self-sufficiency

zelfvoorzienendheid

157

immunisation

immunisatie (immuun worden door bv vaccinatie)

158

organic

biologisch

159

fertilizer

mest

160

agriculture

landbouw

161

irrigation

irrigatie

162

subsidy

subsidie

163

consumption

het verbruik

164

renewable energy sources

duurzame energiebronnen

165

rainfall

regenval

166

shortage

tekort/schaarste

167

oil spill

olielozing (dat het gemorst is, een olievlek bijv)

168

numerous

in grote mate, talrijke

169

extinction

uitsterven

170

deforestation

ontbossing

171

endangered species

met uitsterven bedreigde dieren

172

pesticide

bestrijdingsmiddelen

173

poisonous

giftig

174

exhaust fumes

uitlaatgassen

175

birth rate

geboortecijfer

176

overpopulated

overbevolkt

177

famine

hongersnood

178

overrated / underrated

overschat / onderschat

179

relief supplies

hulpgoederen

180

overjoyed

dolblij

181

stricken (drought-, poverty-stricken etc.)

getroffen

182

oversimplified

ongenuanceerd

183

undernourished

ondervoed

184

overburdened

overbelast

185

prosperous

welvarend

186

underprivileged

je hebt minder spullen/kansen/een minder goede achtergrond dan anderen

187

refugee camp

vluchtelingenkamp

188

overcrowded

overvol

189

underlying

onderliggend

190

drift (of population)

volksverhuizing (maar niet iedereen)

191

rural / urban (areas, communities)

plattelands/stads(gebieden)

192

illiterate

analfabeet

193

remote (galaxies, villages)

afgelegen

194

wealthy / impoverished

welvarend/arm

195

densely (populated)

dicht op elkaar

196

shantytown

sloppenwijk

197

inadequate

onvoldoende/inadequaat

198

humanitarian (aid)

ontwikkelingshulp

199

existence

bestaan

200

to encounter

stuiten op/tegenkomen

201

resistance

weerstand

202

to stabilise / destabilise

stabiliseren

203

to devalue

waarde verliezen

204

military intervention

militaire ingreep

205

to reach a settlement

tot een deal komen

206

to condemn

veroordelen

207

ethnic cleansing

etnische zuivering (een etnische groep van een bepaalde plek uit willen wissen door een bepaalde groep uit te moorden - genocide dus)

208

disproportionate

uit proportie

209

slavery

slavernij

210

to wash away

reinigen

211

erosion

erosie

212

to smoulder

gloeien/ smeulen

213

drought

droogte

214

to evacuate

evacueren

215

malnutrition

ondervoeding

216

to cut off

verbreken

217

a (flu /Aids) epidemic

epidemie (vlaag van een ziekte)