eerste 40 (4-41) Flashcards


Set Details Share
created 1 year ago by Tomwatanders
1 view
updated 1 year ago by Tomwatanders
show moreless
Page to share:
Embed this setcancel
COPY
code changes based on your size selection
Size:
X
Show:

1

-verticaal vlak die links en rechts scheidt

-verticaal vlak die voor en achter scheidt

-horizontale vlak

-saggitale vlak

-coronale vlak

-transversale vlak

2

soorten stamcellen in beenmerg

  1. 2 soorten
  2. hematopeïetische stamcellen: vormen bloedcellen en bloedplaatjes
  3. mesenchymale stamcellen: vorming bot, kraakbeen en spier

3

periosteum

-membraan om het bot van fibreus bindweefsel

-ontvangt bloedvaten: 1 bloedvat meestal voor 1 bot

-ontvangt zenuwen

//vasomotorische vezels = bloedstroom regelen

//sensorische vezels = gevoel waarnemen

4

functies van botten

  1. ondersteuning van structuren in het lichaam
  2. opslaan van calcium en fosfaat
  3. voortbewegen lichaam samen met spieren
  4. beschermen van belangrijke organen

5

welke dingen kunnen maar hoeven niet in synovial gewrichten aanwezig te zijn?

  1. gewrichtsschijven
  2. fat pads
  3. pezen

6

solide gewrichten: vezelige gewrichten

  1. sutures: uitsluitend in uranium, sutural ligament zit daar tussen botten
  2. Gomfosen: uitsluitend tussen tand en kaak. Korte collageen vezels lopen tussen wortel tand en benige kommetje
  3. syndesmosen: ligamenten tussen botten

7

solide gerichten: callageneuze gewrichten

  1. synchondrosen: tussen 2 botvormende centra in ontwikkelend bot. //Denk aan groeischijf bij lange botten
  2. symfysen: bevinden zich tussen 2 botten // verbinding tussen schaambeenderen.

8

Hoe bepaal je bot leeftijd?

-groeit tot ongeveer 20-25 jarige leeftijd voorspelbaar

-door echo, röntgenfoto of MRI-scan kan fase bot gemeten worden

-meestal gedaan door röntgenfoto van niet dominante hand en vergelijken van standaardfoto's van handen op verschillende leeftijd

-let op bij botziekte is dit geen betrouwbaar onderzoek!!

9

2 typen beenmerg en wat ze doen

  1. Rood beenmerg: produceert rode bloedcellen, bloedplaatjes en witte bloedcellen
  2. geel beenmerg: bevat vet en veel adipocyten is voor klein deel verantwoordelijk voor productie witte bloedcellen
  3. Rood wordt na verloop van tijd geel beenmerg

10

beenmergtransplantatie hoe en waarvoor?

-kwaadaardige aandoening zoals leukemie en kanker kan beenmerg aantasten

-beenmergtransplantatie is behandeling hiervoor

-chemo of radiotherapie zorgt er eerst voor dat aangetaste beenmerg wordt afgebroken.

->"schoon" beenmerg van patiënt zelf of donor wordt teruggeplaatst

11

functies kraakbeen

  1. ondersteuning bieden aan weke delen: spieren, vetweefsel, etc.
  2. soepel en glijdend oppervlak voor gewrichten bieden
  3. ondersteunen groei en ontwikkeling van lange botten

12

botten die zich ontwikkelen in verloop van pees en wat gebeurt er met deze botten bij stress?

-sesamoïde botten, deze zijn specifiek ingebed in pezen zoals in knieschijf

-deze botten veroorzaken pijn bij mechanische stress of ontstekingen

-kan behandeld worden met fysiotherapie en steroïde injecties

-als dat niet werkt -> bot operatief verwijderen

13

bot fractuur waarom en wat wordt ermee gedaan

-komt vaak door harde impact of matige kwaliteit van bot (denk bij matige kwaliteit bot aan botontkalking/osteoperose)

-typische kinderbotfractuur is bijv. greenstick

-gezenezing gaat in 6 stappen:

  1. bloedklont vormt zich rondom breuk
  2. nieuwe bloedvaten vormen zich daarin
  3. gelachtige matrix wordt gevormd
  4. migratie van collageenproducerende cellen
  5. calciumhydroxyapatiet geproduceerd door osteoblasten
  6. nieuw bot

//lichaam kan geholpen worden door gips en soms is fixatie door middel van operatie nodig.

14

aandoening bot waardoor deze afsterft door gebrek aan bloedvaten

Wanneer wordt dit vaak gezien?

-avasculaire necrose

-bijv. bij botbreuken, waarbij bloedcellen beschadigd raken

-wordt vaak gezien bij heupkoppen waar vroeger gebroken heup was

15

breuk door de groeischijf van het bot

-epifysair breuk

-komt vaker door tijdens groeispurt (7-10 en eind puberteit)

-tijdens deze fase meer cellulair activiteit rond groeischijven en metafysaire regio's -> kwetsbaarder voor verwondingen

-soms leidt verwonding tot compressie groeischijf -> groeischijf aangetast

-aangetaste groeischijf -> asymmetrische groei in regio gewricht

16

aandoening gewricht waarbij kraakbeen stevigheid verliest

wat gebeurt er en wat helpt ertegen?

-degeneratieve gewrichtsziekte ook wel osteoatritis of osteoatrose genoemd

-kunnen cytes (vochtblaasjes) en uitstulpingen bot ontstaan (osteopaten)

-kan geremd worden door gewichtsverlies, voldoende lichaamsbeweging en/of ontstekingsremmende medicijnen

-gewricht kan als dit niet helpt ook operatief worden vervangen

17

behandeling waarbij je met kleine telescoop binnenkant van gewricht bekijkt.

-artroscopie

-werkt goed in de knie waar menisci en ligamenten makkelijk te zien zijn

-hierdoor mogelijk om in knie met aparte puncties en specifieke instrumenten menisci te verwijderen en kruisbanden te vervangen.

-uitgevoerd door kleine incisies en met kleine of regionale anesthesie dit is een voordeel

-hierdoor kan patiënt snel weer herstellen en dagelijks ritme oppakken

18

zeldzame bijwerking van zetten kunstgewricht van plastic of metaal en wat veroorzaakt het mogelijk?

-aseptische lymfocyt gedomineerde vasculitis geassocieerde laesies (ALVAL)

-mogelijk veroorzaakt door overgevoeligheid voor het geplaatste metaal

-opnieuw operatie nodig om prothese te vervangen met veiliger alternatief.

19

functie huid

-fungeert als barrière

-zorgt dat lichaamstemperatuur constant blijft

20

bovenste laag huid

-epidermis of opperhuid

-bevat geen bloedvaten

21

onderste laag huid

-dermis of lederhuid

-bevat bloedvaten en bindweefsel

22

fascie, wat is het en wat doet het?

-bestaat uit bindweefsel en bevat vet

-zorgt voor ondersteuning en scheidt/verbindt organen en structuren

-te scheiden in oppervlakkige en diepe fasciae

23

belangrijk klinisch gebied waar je scaphoid kan palperen en beoordelen op fractuur?

wat kan je hier ook palperen?

-anatomische snuifdoos

-kan scaphoid palperen als hand in ulnaire deviatie is.

-hier kan je ook pulsaties van arterie radialis palperen

-lateraal: pezen van abductor pollicis longus en extensor pollicis brevi

-mediaal: pees van extensor pollicis longus

-bodem: scaphoid en trapezium en distale eindes van pezen extensor carpi radialis longus en brevi

24

diepe fascie

waar is het mee verbonden?

waar is het van gemaakt?

wat doet het?

-ligt dieper dan oppervlakkige fascie en is hier direct mee verbonden.

-dun vezelig laagje dat grootste gedeelte diepere gebieden omgeeft

//denk aan: spieren, botten, gewrichten, pezen, zenuwbanen en bloedvaten

-biedt belangrijke ondersteuning voor weefsel en kan 2 structuren scheiden (denk aan spieren)

-voorbeelden van diepe fascie zijn:

  1. extraperitoneal fascia: scheidt parietal peritoneum van transversalis fascia
  2. transversalis fascia: scheidt extraperitoneal fascia van diepe oppervlak van abdominale spieren wand
  3. endothoracic fascia: zelfde als extraperitoneal fascia maar dan in de thorax

25

belang van fascie in kliniek

-fascie kan soms verspreiding van eventuele infectie of kanker beperken

-als infectie/tumor fascie passeert moet er bij operatie meer worden verwijderd om gebied vrij van infectie/tumor te krijgen

-

26

soorten spieren in lichaam:

  1. skeletspier: meest voorkomend, dwarsgestreept, willekeurig, lange en veeltermige cellen.
  2. Hartspieren: alleen in het hart, dwarsgestreept, onwillekeurig
  3. gladde spieren: in wand bloedvaten en in organen, niet dwarsgestreept, onwillekeurig.

27

spierverlamming

-onmogelijk om bepaalde spier of spiergroep te bewegen

-komt vaak voor bij mensen die bijv. herseninfact hebben gehad.

-kan echter ook aangeboren zijn

-leidt op lange termijn tot atrofie (afbraak van spier)

28

spieratrofie

-aandoening waarbij spier wordt afgebroken

-kan doordat zenuw aansturing niet meer goed werkt of door spieren lang niet te gebruiken

-

29

spierblessures:

wie hebben ze vaak?

wat is belangrijk om na te gaan?

wat te doen met deze info?

-ontstaan vaak bij sporters

-belangrijk na te gaan welke spieren zijn beschadigd en in hoeverre

-hiermee wordt prognose bepaald en hoe blessure best behandeld kan worden.

30

zwaartepunt van lichaam als iemand rechtop staat

-ter hoogte van voorzijde van wervel S2

-in het bekken

-verticale lijn zwaartepunt net iets achter heupgewricht maar voor knie en enkel gewrichten.

31

bewegingen van heupgewricht

en door welke botten wordt het gevormd

bewegingen:

  1. flexie
  2. extensie
  3. abductie
  4. adductie
  5. mediale rotatie
  6. laterale rotatie

botten die het gericht vormen:

  1. kop van femur en acetabulum van pelvis

32

bewegingen van kniegewricht

en door welke botten wordt het gevormd

bewegingen:

  1. flexie
  2. extensie

botten die gewricht vormen:

  1. femur
  2. tibia
  3. patella
  4. fibula

33

bewegingen van enkelgewricht

en door welke botten wordt het gevormd

bewegingen:

  1. dorsiflexie
  2. plantairflexie

botten die het bovenste spronggewricht vormen:

  1. tibia
  2. fibula
  3. talus

botten die het onderste spronggewricht 2 vormen:

  1. talus, calcaneus, os naviculare

34

waar zijn armen van de mens mee verbonden?

uit welke delen bestaat het?

-laterale zijde van onderste deel nek

-borstwand

bestaat uit:

  1. shoulder
  2. bovenarm
  3. onderarm
  4. hand

35

-ander woord voor oksel

-waar wordt het door gevormd

-waarom belangrijk

-axilla

-gevormd door spieren en botten van schouder en laterale oppervlak borstwand

-alle belangrijke structuren die van nek naar de arm gaan komen door de oksel

36

driehoekig gebied anterieur van elleboog

-wat gaat er doorheen

-cubitale fossa

-gevormd door spieren van ellebooggewricht

-arteria branchialis gaat erdoor

-nervus medianen gaat er ook door

37

doorgang van onderarm naar handplam

-carpale tunnel

-gevormd door carpale botjes en door dikke band bindweefsel

-dikke band bindweefsel = retinaculum musculorum flexorum

structuren die erdoorheen gaan:

  1. 4 pezen van flexor digitorum profundus
  2. 4 pezen van flexor digitorum superficialis
  3. pees van flexor pollicis longus
  4. nervus medianus

//deze vier opties op de nervus medianus na hebben een synoviale schade

//Nervus medianus ligt voor pezen in de tunnel

38

schoudergewricht:

-hoe hangt het

bewegingen

-ook wel glenohumeraal gewricht genoemd

-hangt voornamelijk door spieren aan de romp

-bewegingen:

  1. flexie
  2. extensie
  3. abductie
  4. adductie
  5. mediale rotatie
  6. laterale rotatie
  7. circumductie

39

bewegingen van ellebooggewricht

en door welke botten wordt het gevormd

bewegingen

  1. flexie
  2. extensie

gevormd door:

  1. humerus
  2. ulna
  3. radius

40

hoe gaat beweging van botten in onderarm bij het draaien en hoe heet dit

supinatie = palm anterieur draaien

//hierbij draait uiteinde radius over aangrenzende kop van ulna

pronatie = palm posterieur draaien

41

bewegingen van polsgewricht

en door welke botten wordt het gevormd.

bewegingen:

  1. flexie
  2. extensie
  3. abductie
  4. adductie
  5. circumductie

botten die gewricht vormen:

  1. radius
  2. ulna
  3. scaphoid
  4. lunate
  5. triquitrum

42

sensorische functie van de hand

-natuurlijk is een belangrijke functie van de hand de tast

-"kussentjes" op de hand bevatten grote dichtheid somatische sensorische receptoren dus erg gevoelig

-ook gedeelte van sensorische cortex in hersen voor interpreteren van informatie hand is er groot (met name voor de duim) in vergelijking met andere delen huid

43

botten van de arm op een rijtje van boven naar onder

  1. scapula (schouderblad)
  2. clavicula (sleutelbeen)
  3. humerus (opperbeen)
  4. radius
  5. ulna
  6. 8 carpale botjes
  7. 5 metacarpalen
  8. 5 falangen (vingerkootjes)

44

gewrichten die de clavicula formed

  1. mediaal gewricht met manubrium van borstbeen
  2. lateraal gewricht met acromion van scapula

45

verschil tussen rustpositie en anatomische positie van de hand?

-in rust positie staan vingers in lichte flexie

-in anatomische positie staan vingers in extensie

-in anatomische positie is duim 90m graden gedraaid

//hiedoor zijn bewegingen duimen in rechte hoek ten opzicht van andere vingers

46

welke botten vormen de knokkels van hand

-dit is goed te zien als de vingers in flexie staan

-gevormd door hoofden van metacarpalen

47

ligamenten die polsgewricht versterken

  1. radiocarpaal ligament
  2. palmaris ulnocarpale ligament
  3. dorsaal radiocarpaal

48

ligamenten die ulna en radius met carpale botjes verbinden

  1. radiale collaterale ligament
  2. ulnaire collaterale ligament

-deze twee versterken mediale en laterale deel pols

-geven support bij flexie en extensie

49

gewrichten tussen carpale botten en metacarpale botten

wat zijn ook de mogelijke bewegingen?

-carpometacarpale gewrichten

-gewricht tussen metacarpale 1 en trapezium geeft grote mobiliteit aan de duim

-bij de andere geldt: meer mediaal is soepeler

-mogelijke bewegingen:

  1. adductie
  2. abductie
  3. extensie
  4. flexie
  5. rotatie
  6. circumductie

50

gewrichten tussen metacarpale botten en falangen

naam?

wat voor soort gewricht?

door welke ligamenten versterkt?

mogelijke bewegingen?

-metacarpophalangeale gewrichten

-condylaire gewrichten

-versterkt door:

  1. een palmaris ligament
  2. mediaal collateraal ligament
  3. lateraal collateraal ligament

-mogelijke bewegingen:

  1. flexie
  2. extensie
  3. abductie
  4. adductie
  5. circumductie
  6. beperkte rotatie

51

ligamenten die beweging van de vingers bewegen

-diepe transversale metacarpale ligamenten

-verbinden palmaris ligamenten van metacarpofalangeale gewrichten tussen vingers

-zit niet bij duim vandaar dat deze meer bewegingen vrijheid heeft

//duim heeft ook meer bewegingsvrijheid door zadelgewricht

52

gewrichten tussen falangen

-soort gewrichten?

-mogelijke bewegingen?

-versterkt door welke ligamenten?

-interphallangeale gewrichten

-zijn scharnier gewrichten

-voeren vooral flexie en extensie uit

-versterkt door:

  1. palmaris ligamenten
  2. mediale collaterale ligament
  3. laterale collaterale ligament

53

structuren die van onderarm naar pols lopen maat niet door carpale tunnel heen gaan

  1. Pees van de flexor carpi radialis (gaat door een tubulair compartiment wat wordt gevormd door de flexor retinaculum en een carpaal bot (trapezium)→heeft een synoviale schede
  2. Arteria ulnaris
  3. Nervus ulnaris
  4. Pees van de palmaris longus (geen synoviale schede)
  5. Arteria radialis
  6. Alle pezen die zorgen voor extensie (allemaal omgeven door synoviale schedes)

54

driehoekige structuur van diep bindweefsel wat de handpalm bedekt

-waar gaat dit heen

-palmaire aponeurose

-apex verankerd in palmaris longus pees

//let op! bij sommige mensen in flexor retinaculum

-vezels splitsen en gaan naar alle vingers, wel minder naar duim

-transversale vezels zorgen voor connectie tussen longitude vezels

55

spier die zorgt dat handpalm dieper wordt voor meer grip

origine waarin

waar ligt deze spier overheen

-musculus palmares brevis

-kleine intrinsieke vierhoekige spier

-origine in palmaris appneurosis en flexor retinaculum

-ligt over:

  • ulna artery
  • hypothenar spieren
  • superficial deel ulanire zenuw aan de mediale kant

56

meest voorkomende carpale beschadiging

-fractuur middelste deel van scaphoid

-bij ongeveer 10% bevolking scaphoid enkel via a. radialis bloedvoorziening

-dit gaat van distale deel scaphoid naar proximale deel

-dus door fractuur in het midden zal proximale deel geen bloed meer krijgen

-dus ontstaat er avasculaire necrose

57

ziekte waarbij bloedvoorziening naar lunatum onderbroken wordt

-ziekte van Knieböck

-hierdoor avasculaire necrose

-op lange termijn artritis

58

wat is een prominente a. medianus?

-anatomische variatie

-arterie loopt naast nervus medianus

-door carpale tunnel

-kan in 1 of beide onderarmen zo zijn

59

hoe heet een beknelling van nervus medianus in de carpale tunnel?

-Carpaal tunnel syndroom

-direct effect = overbelasting, zwelling pezen of peesschedes

-symptomen:

  1. pijn, tintelingen over gebeid nervus medianus
  2. zwakte en spierverlies over thenar spieren

-licht tikken kan deze symptomen veroorzaken en dit noemen we: Tinel's sign

60

ziekte waarbij palmaire fascie abnormaal is verdikt

-ziekte van Dupuytren

-> vingers progressief in gefixeerde flexiestand

-> verlies van functie en soms operatie vereist

61

belangrijk klinisch gebied waar je scaphoid kan palperen en beoordelen op fractuur?

wat kan je hier ook palperen?

-anatomische snuifdoos

-kan scaphoid palperen als hand in lunaire deviatie is.

-hier kan je ook pulsaties van arterie radialis palperen

62

retroperitoneale organen

-onthoud SAD PUCKER

• S; suprarenal gland (bijnier)
• A; aorta en inferior vena cava (lichaamsslagader / onderste holle ader)

• D; duodenum (12-vingere darm) //let op deze deels
• P; pancreas (alvleesklier)
• U; ureters (urineleiders)
• C; colon (dikke darm)
• K; kidneys (nieren)
• E; esofagus (slokdarm)
• R; rectum (anus)

63

intraperitoneal organen

  1. colon transversum
  2. maag
  3. jejunum/ileum
  4. duodenum deels
  5. lever
  6. galblaas
  7. milt

64

welke organen worden vooral beschermd door diafragma en wat beschermd de andere abdominale organen?

  1. lever
  2. galblaas
  3. milt
  4. colon transversum

Andere organen worden vooral beschermd door abdominale musculatuur (buikspieren)

65

ademhaling wordt door welke structuren in abdomen geregeld en hoe

inspiratie: abdominale wand ontspant en diafragma spant aan zodat Thorax kan uitzetten

expiratie: abdominale wand spant aan zodat boog van diafragma omhoog beweegt. Hierdoor neemt volume thorax af.

66

uit welke spieren bestaat de abdominale wand

-dit zijn de buikspieren

  • M. psoas major; kan zorgen voor flexie van de heup
  • M. quadratus lumborum
  • M.iliacus; die deel uitmaken van het dorsale (achterste) deel van de buikwand. Kan zorgen voor flexie van heup
  • Laterale deel (zijkanten) van de buikwand: van binnen naar buiten: m. transversus, abdominis, m. obliquus internus en m. obliquus externus
  • M. rectus abdominis→steun aan voorzijde van de buik. De spier die je bij een ‘sixpack’ ziet

67

waar bestaat skelet van abdomen uit?

  • 5 lumbale vertebrae (wervels) met hun intervertebrale schijven
  • Bovenste botten van de pelvis (bekken)
  • Botten die deel uitmaken van de onderste thoracale opening, zoals de onderste 2 ribben, het borstbeen en de ribbenboog.

68

hoe heet het buikvlies ook wel en welke soorten zijn er?

waarom is verschil belangrijk

-peritoneum

-bestaan 2 lagen:

  1. pariëtaal peritoneum: buitenste laag zit tegen buikwand aan
  2. visceraal peritoneum: binnenste laag, ligt direct over organen heen

-verschil belangrijk want:

  • intraperitoneale organen liggen binnen peritoneum
  • retroperitoneale organen liggen tussen pariëtaal peritoneum en buikwand

69

hoe noem je een dubbele laag peritoneum?

-mesenterium

-bevat ruimte voor bloedvaten, zenuwen en lymfe

-alle intraperitoneale organen bevatten mesenterium

70

verschil tussen mesenterium en mesothelium

mesenterium = dubbele laag peritoneum

mesothelium - dunne laag epitheelcellen waar peritoneum uit bestaat samen met een laag bindweefsel

71

organen die secundair retroperitoneaal zijn

  1. pancreas (alvleesklier)
  2. duodenum (twaalfvingerige darm)
  3. deel dikke darm

72

inferior opening van thoracale ruimte bestaat uit:

-buikholte wordt ventraal afgesloten door diafragma

bovenste grens buikholte wordt afgebakend door:

  1. thoracale wervel 12
  2. rib 12 en distale uiteinde rib 11
  3. onderste ribbenboog
  4. xiphoïd van sternum (borstbeen)

73

waar hecht het diafragma aan

-grenzen van onderste thoracale opening

-posterieur aan lumbale wervelkolom, links L2 en rechts L3

//dit gebeurt door musculaire extensie (crus)

-dorsaal is bevestiging niet compleet:

  • middelste boogvormige band: median arcuate ligament ligt onder andere nog over aorta heen

74

welke boogvormige banden zitten er tussen abdominale posterieure wand en lumbale wervelkolom

ligamentum arcuatus medialis en lateralis:

  • kruisen posterieure abdominale wand
  • hechten respectievelijk aan het processus transversus van L1 en aan 7e rib

ligamentum arcuatus medianus:

  • kruist aorta
  • is verlengde van crus

75

welke botten vormen grenzen bekkeningang

  • Dorsaal: het sacrum
  • Ventraal: de symphysis pubica
  • Lateraal: de rand van de bekken

//Botten liggen schuin ten opzichte van wervels. bekkenholte steekt naar achteren uit en ingang opent dus naar voren en naar boven.

76

wat ontwikkelt er tijdens embryonale groei uit de voordarm?

en waar krijgen deze structuren bloed van?

  • Distale oesofagus
  • Maag
  • Milt
  • Lever
  • Galblaas Pancreas
  • Proximale deel van het duodenum

Bloedtoevoer:

truncus coeliacus

77

wat ontwikkelt er tijdens embryonale groei uit de middendarm?

en waar krijgen deze structuren bloed van?

  • Distale deel van het duodenum
  • Jejunum
  • Ileum
  • Coecum Appendix
  • Colon Ascendens
  • Proximale 2/3 van colon transversum

Bloedtoevoer:

a. mesenterica superior

78

wat ontwikkelt er tijdens embryonale groei uit de einddarm?

en waar krijgen deze structuren bloed van?

  • Distale 1/3 van colon transversum
  • Colon descendens
  • Sigmoïd
  • Proximale gedeelte van het rectum

bloedtoevoer:

a. mesenterica inferior

79

wat fuseert met bovenste deel diafragma

lever

80

-vetschort onder maag

-kleien opening tussen maag en dorsaal mesenterium

-gedeelte buikholte tussen achterkant maag en dorsale mesenterium

-omentum major

-formanen omentale/ foramen epiploica

-bursa omentalis/lesser sac

//rest van peritoneale ruimte = greater sac

//formamen omentale scheidt lesser sac en greater sac

81

wat steekt uit vanaf een bepaald deel van de oerdarm in de navelstreng?

-dit is de yolk sac

-steekt uit vanaf de ontwikkelende middendarm

-gaat in de umbilicus

82

lijnen die uitoppervlakte in 4 kwadranten verdeelt.

-horizontale lijn door navel = transumbilicale lijn

// loopt over navel en tussen L3-L4

-verticale lijn door navel = mediale lijn

//begint op xïphoïd van sternum tot symfysis pubis

83

lijnen die buikoppervlakte in negen regio's verdeelt

-bovenste horizontale lijn= subcostale lijn

//direct onder rib 10 en door corpus van L3

-onderste horizontale lijn = intertuberculaire lijn

//door spina illica anterior superior en door bovenste die L5

-2 verticale lijnen = midclaviculaire lijnen

//in het midden van claviculae

84

negen regio's van buikoppervlak

van links naar recht van boven naar beneden:

  • rechter hypochondrium,
  • regio epigastricum,
  • linker hypochondrium,
  • rechter flank/lumbalis,
  • umbilicale regio,
  • linker flank/lumbalis,
  • rechter iliacale regio,
  • pubische/hypogastrium regio,
  • linker iliacale regio.

85

wat innerveert het pariëtale peritoneum?

en wat innerveert het viscerale peritoneum?

-somatisch afferente zenuwen

  • lopen net als zenuwen van buikwand naar ruggenmerg
  • pariëtale pijn = scherp en stekend, specifiek

-autonome afferente zenuwen van organen die het omvangt

  • dus bij prikkeling voel je dit hele orgaan
  • viscerale pijn = diffuus gebied, moeilijk te lokaliseren

//dit heet ook wel referred pijn

86

hoe noem je de situatie waar er te veel vocht in de peritoneale ruimte komt?

-dit heet ascites

-ziektebeelden als levercirrose, acute pancreatitis en hartfalen zorgen voor verhoogde aanmaak van peritoneale vocht

-> opgezette buik

//door grote oppervlak kunnen ziektes snel door peritoneale ruimte verspreiden.

87

infectie die zich verspreidt door peritoneale ruimte

wat zijn de symptomen?

peritonitis

symptomen:

  • buikpijn
  • opgezette buik
  • koorts
  • misselijkheid
  • braken
  • snelle hartslag (tachycardie)

88

hoe noem je een buis die extra cerebrospinale vloeistof bij Hydrocefalus van de schedelholte naar de peritoneale ruimte brengt

-Ventriculoperitoneale shunts

89

soorten dialyse

  1. Hemodialyse (hemo staat voor bloed). Hierbij wordt bloed van een patiënt afgenomen en door een membraan gedialyseerd (en dus gefilterd), waarna het weer wordt teruggegeven aan de patiënt.
  2. Peritoneaal dialyse. Hierbij wordt het peritoneum gebruikt als dialyse membraan. Eerst wordt vloeistof in de peritoneale ruimte geïnjecteerd, waarna uitwisseling van afvalstoffen kan plaatsvinden tussen de dialyse vloeistof en het bloed in de vaten van het peritoneum. Hierna zal de dialysevloeistof met de afvalstoffen weer uit het lichaam aflopen.// handig bij nierfalen

90

de peritoneale ruimte kan in 2 delen worden verdeel wat zijn deze delen en wat ligt hierin

  • the greater sac

Dit is ruimte waar je in komt bij perforatie van pariëtale peritoneum

  • bursa omentalis/ lesser sac

Achter maag en lever, te betreden vanuit greater sac door de foramen omentale

91

welke belangrijke structuren liggen Rondom foramen omentale

  • Aorta
  • V. cava inferior
  • V. portae (leverpoortader)
  • Lever arteriën

92

grote plooi in peritoneum

-hoe heet het ook wel

-waar zit het aan vast?

-waar hangt het voor?

-omentum major of het vetschort, bevat naast vet ook linker en rechter gastro-omentale vatten

-zit vast aan curvatura major en eerste deel duodenum

-hangt voor colon transversum, ileum en jejunum

-gaat posterieur over colon transversum naar posterieure abdominale wand

93

hoe heet een verlamde darm ook wel en waardoor komt dit?

-paralytische ileus

-komt doordat omentum major zich om een darm heen wikkelt om zo witte bloedcellen aan orgaan te leveren.

-dit kan echter paralistiek verminderen

94

tumorcellen in omentum majus

-hoe heet het ook wel

-wanneer is dit waar veel voorkomend

-wat zie je in beeldvorming?

-omental cake

-bij kanker in de eierstokken door middel van metastasering

-bij beeldvorming zie je verdikte omentum

95

kleine plooi peritoneum

-hoe heet het ook wel?

-waar zit het tussen?

-waar bestaat het uit?

-wat zit er in 1 van deze delen en hoe heet dit ook wel

-omentum minor

-tussen kleine curvatuur van de maag, begin duodenum en onderkant lever

-bestaat uit:

  1. ligamentum hepatogastrica medialis
  2. ligamentum hepato-duodenale lateralis

-hepato-duodenale lateralis = voorste begrenzing foramen omentale

-hierin zitten 3 structuren die je samen de portal triad noemt:

  • arteria hepatica
  • galweg
  • vena portae

96

3 belangrijkste mesenteria

mesenterium =

  • Mesenterium van het jejunum en ileum

//verbindt jéjunum en iléus met posterieure abdominale wand

mesocolon transversum =

  • Mesenterium van het colon transversum

mesocolon sigmoideum =

  • Mesenterium van het sigmoid

97

waar ligt de lever

-in rechter hypochondrium en rechter hypogastrica

-breidt zich daarnaast uit naar linker hyperchondrium

98

diafragmatische oppervlak van lever is te verdelen in 2 delen:

  • De subfrenische ruimte scheidt het diafragmatisch oppervlak van de lever van het diafragma. -Het wordt in tweeën gesplitst door het ligament falciforme (een overgebleven structuur van het embryonale ventrale mesenterium).
  • - De hepatorenale ruimte is onderdeel van de peritoneale holte. Het bevindt zich rechts tussen de lever en de rechter nier en bijnier.

//beide ruimten zijn met elkaar verbonden aan de voorzijde

99

plekken van lever zonder visceraal peritoneum

-in fossa voor de galblaas ter hoogte van porta hepatis (leverpoortader)

-volgende structuren met betrekking tot deze fossa zijn niet bedekt door visceraal peritoneum:

  • oesofagus,
  • Rechter anterieure deel van de maag,
  • Superieure deel van het duodenum,
  • Kleine omentum,
  • Galblaas,
  • Rechter flexura colica,
  • Rechterdeel colon transversum,
  • Rechter nier, en
  • Rechter bijnier.

100

wat is de porta hepatis

-ingang van arteriën

-ingang vena porta

-uitgang galwegen vanuit lever

101

ligamenen van de lever

-hoe heten ze

-waar zitten ze

lever aan anterieure wand abdomen verbonden door:

  • ligamentum falciforme

//dit ligament splitst lever in linker en recht kwab an voor/bovenkant

Er zijn ook verschillende peritoneale vouwen->

lever is verbonden aan maag door:

  • hepatogastrische ligament

lever is verbonden aan duodenum door:

  • hepatoduodenaleligament

lever is verbonden aan diafragma door:

  • 2 triangulaire ligamenten
  • en anterueure + posterieure coronaire ligament

Dan is er nog een bare area waar lever direct tegen diafragma aan zit:

  • aan voorzijde omringt door anterieure coronaire ligament
  • aan achterzijde omringt door posterieure coronaire ligament
  • waar deze 2 samenkomen vormen ze linker en rechter triangulaire ligamenten.

102

waar ligt grens van linker en recht kwab lever?

-wordt gesplitst door ligamentum falciforme die lever met anterieure abdominale wand verbindt aan anteriosuperieure zijde

-fissuur voor ligamentum venosum en ligamentum terres splitst kwabben bij visceraal oppervlak

-recht kwab is groter dan linker kwab

103

een van de 2 lever kwabben heeft2 lobben welke is dat en wat zijn deze twee lobben?

-de rechter leverkwab (deze is ook groter)

-lobus quadratus:

  • zit op anterieure viscerale oppervlak
  • aan linkerzijde begrensd door fissuur van ligamentum teres
  • aan rechterzijde begrensd door fossa van de galblaas

-lobus caudatus:

  • zit op posterieure viscerale oppervlak
  • aan de linkerzijde begrensd door fissuur van ligamentum venosum
  • aan rechterzijde begrensd door groeve van vena cava inferior

-daarnaast goed om te wetten dat lobus caudatus functioneel los staat van linker en rechterkwab en de lobus quadratus staat functioneel verboden met de linker leverkwab

104

welke structuur levert bloed aan de lever?

-linker en rechter arteriae hepatica

-deze zijn beide van de arteriae hepatica propria

-bloedtoevoer gaat via truncus coeliacus

105

waar zit de galblaas

-op viscerale oppervlak van rechterleverkwab

-ligt in de fossa tussen rechter kwab en lobus quadratus

106

galblaas is te verdelen in verschillende onderdelen:

-fundus

  • afgerond uiteinde, kan uitsteken aan onderkant lever

-lichaam van galblaas

  • ligt in de fossa
  • kan tegen colon transversum en superieure deel duodenum liggen

-nek van galblaas

  • smal deel met mucosale vouwen
  • dit zorgt voor spiraalvorm

107

welke structuur voorziet de galblaas van bloed?

-dit is de arteria cystica

-dit is een tak van de arteria hepatica

108

wat is de functie van de galblaas?

gal uit de lever:

  • ontvangen
  • concentreren
  • opslaan

109

hoe wordt gal afgevoerd

-linker en rechter ductus hepaticus draineren linker en rechter lever kwab.

->deze twee komen samen en vormen ductus hepaticus communis

-deze ligt met a. hepatica propria en vena porta in kleine omentum

-> bij afdalen richting duodenum komt ductus cysticus erbij

-deze ducti samen vormen de galbuis

-galbuis ligt rechts van a. hepatica propria en meestal rechts anterior van vena porta.

-formamen omentalis zit achter al deze structuren

-> galbuis komt samen met ductus pancreaticus

-> uiteindelijk komt dit de duodenum in ter hoogte van grote papil van duodenum