voc unit 4 Flashcards


Set Details Share
created 1 year ago by floredc
3 views
updated 1 year ago by floredc
show moreless
Page to share:
Embed this setcancel
COPY
code changes based on your size selection
Size:
X
Show:

1

a member of the jury

een jurylid

2

a judge

een rechter

3

the defence lawyer

de advocaat van de verdediging

4

a witness

een getuige

5

the plaintiff

de eiser, de aanklager

6

the accused

de beschuldigde

7

compensation

schadevergoeding

8

to acquit

vrijspreken

9

a barrister

een advocaat

10

the prosecutor

de aanklager

11

evidence

bewijs

12

to represent someone

iemand vertegenwoordigen

13

to raise an objection

bezwaar maken

14

impartiality

onpartijdigheid

15

to charge someone

iemand in rekening brengen

16

a prosecutor

een officier van justitie

17

execution

terechtstelling

18

the death penalty

de doodstraf

19

capital punishment

de doodstraf

20

mitigating

verzachtende

21

extenuating

verzachtende

22

suspended jail term

een voorwaardelijke gevangenisstraf

23

a charge against someone

een aanklacht tegen iemand

24

to plead guilty

schuld bekennen

25

a plea bargain

een soort overeenkomst waarbij de officier van justitie een toegeving doet aan de verdachte: de verdachte pleit schuldig en in ruil voor een strafvermindering

26

to enter a plea

een pleidooi houden

27

to testify

getuigen

28

to impose a fine

een boete opleggen

29

to try someone

iemand berechten

30

to put someone on trial

iemand berechten

31

to bring charges against someone

een aanklacht indienen tegen

32

to charge someone

iemand in rekening brengen

33

to breach sth.

iets schenden, overtreden

34

a criminal statute

een strafwet

35

an obstruction of

een belemmering van

36

a proceeding

een procedure

37

to assist

helpen

38

an insurrection (= against the government)

een opstand (= tegen deregering)

39

to conspire

samenzweren

40

to defraud

frauderen

41

conspiracy

een samenzwering

42

seditious

opruiend

43

to stay in office

to hold a governmental position

44

to uphold

handhaven

45

overwhelming evidence

overduidelijk bewijs

46

to overturn the results

de resultaten ongedaan maken

47

to disrupt the certification

het bewijs van een verkiezing verstoren (hier)

48

a referral

een doorverwijzing (naar een specialist, hier: naar het ministerie van Justitie)

49

a recommendation

een aanbeveling

50

an inquiry

een onderzoek

51

a ramification

een gevolg dat de situatie bemoeilijkt

52

partisan

vooringenomen, eenzijdig

53

a subpoena

een dagvaarding

54

a charge

een beschuldiging

55

a mob

een menigte

56

to substantiate sth.

iets onderbouwen

57

a prosecutor

een aanklager

58

an aid

een hulp

59

to incite

aanzetten tot (to incite a mob to commit an insurgence)

60

an insurgence

een opstand

61

to renounce

afzweren

62

to raid

overvallen