summer voc Flashcards


Set Details Share
created 1 year ago by floredc
2 views
show moreless
Page to share:
Embed this setcancel
COPY
code changes based on your size selection
Size:
X
Show:

1

to be voted into

gestemd worden in

2

an election

een verkiezing

3

a contest

(hier) verkiezingsrace

4

midterm elections

American elections for Congress that fall halfway through a president's term (takes place every 4 years)

5

to stand for office

een kandidaat zijn in een verkiezing

6

the ballot box

de stembus

7

Congress

Senate + House of Representatives (in short: the House)

8

regardless

ongeacht

9

to be aligned to

to be supportive of

10

to align with

afstemmen op elkaar

11

slim

(hier) klein

12

to gain control

controle verkrijgen

13

to thwart

dwarsbomen

14

the casting vote

de beslissende stem

15

a tie

een gelijkstelling, een ex aequo

16

to suffer losses

verliezen lijden

17

a 'wave election'

(here) a midterm election in which the Party out of power picks up major seats

18

to undermine

ondermijnen, beschadigen

19

a defeat

een nederlaag

20

hostility

vijandigheid

21

to run for president

zich verkiesbaar stellen als presidentskandidaat

22

to throw one's hat in the ring

de hoed in de ring gooien, aankondigen om deel te nemen aan een wedstrijd

23

as well as

evenals, net als

24

a successor

een opvolger

25

to narrow to

beperken

26

to step down

aftreden

27

a landslide victory

een verpletterende overwinning

28

downfall

ondergang

29

to deny

ontkennen

30

a whip

(here) an official of a political party ensuring party discipline for example making sure that party members vote according to the party platform and not according to their own individual ideology

31

the chancellor of the Exchequer

minister van Financiƫn

32

to grapple with

worstelen met

33

an internal inquiry

een intern onderzoek

34

to violate sth.

iets schenden

35

to breach

overtreden

36

to trigger

veroorzaken

37

to reel

wankelen

38

to tarnish

bezoedelen, besmeuren, beschadigen

39

to win over

overhalen

40

to consolidate

versterken

41

to pre-empt

verhinderen dat iets slechts gebeurt

42

the incumbent

de huidige (hier) prime minister

43

a ballot

een stemming

44

to oust

verdrijven

45

unprecedented

nooit eerder voorgekomen

46

a raid on

een inval in

47

to launch a raid

een inval doen

48

an investigation into

een onderzoek naar

49

unlawful

onwettig

50

a removal

een verhuizing, verplaatsing

51

to leave office

een functie niet meer uitoefenen

52

records

dossiers

53

classified documents

documenten die volgens de regering gevoelige info bevatten en beter geheim blijven

54

to be charged

beschuldigd worden van

55

to be convicted of

veroordeeld worden voor

56

to bar someone from something

iemand iets verbieden

57

to accuse someone of

iemand beschuldigen van

58

flood- and slip prone

overstromings- en slipgevaarlijk

59

environmental

omgeving, milieu

60

the aftermath

nasleep

61

hard-hit region

zwaar getroffen streek

62

full scale

volledige omvang

63

clear debris

puin ruimen

64

infrastructure readiness

gereedmaken van de infrastructuur

65

to keep pace

volgen

66

to lessen the impact

de gevolgen beperken

67

uninhabitable

onbewoonbaar

68

sea level rise

zeespiegelstijging

69

earthquake

aardbeving

70

to ensure

verzekeren

71

urgent

dringend

72

to map out

in kaart brengen

73

insurer

verzekeraar