Unit 3 Food Flashcards


Set Details Share
created 7 days ago by rubendebaerdemaeker
2 views
Vocab list
Subjects:
english
show moreless
Page to share:
Embed this setcancel
COPY
code changes based on your size selection
Size:
X
Show:

1

culinary

culinair

2

tasty

lekker

3

flavourful

lekker, vol smaak

4

yummy

lekker (omgangstaal)

5

delicious

heerlijk

6

scrumptious

verrukkelijk

7

delightful

verrukkelijk

8

mouth-watering

om van te watertanden

9

bland

flauw (van smaak)

10

complex

complex, samengesteld

11

disgusting

walgelijk

12

distinctive

kenmerkend, merkwaardig

13

disagreeable

onaangenaam

14

peculiar

eigenaardig

15

revolting

weerzingwekkend

16

mushy

papperig

17

sweet

zoet

18

spicy

gekruid

19

sour

zuur

20

salty

zout (bn.)

21

bitter

bitter

22

savoury

hartig

23

undercooked

niet gaar

24

overdone

overbakken, te gaar gekookt

25

burnt

verbrand

26

rich

vetrijk, zwaar

27

decadent

decadent, genotzuchtig

28

vegetarian

vegetarisch

29

vegan

veganistisch

30

seasoned

gekruid

31

gluten-free

glutenvrij

32

halal

halal

33

kosher

kosjer

34

to steam

stomen

35

to grill

grillen

36

to stir-fry

wokken

37

to simmer

sudderen

38

to poach

pocheren

39

to roast

roosteren

40

to boil

koken (in kokend water)

41

to fry

bakken

42

to deep-fry

frituren

43

to carve

voorsnijden

44

to chop

hakken

45

to dress

(een slaatje) overgieten met dressing

46

to dice

in blokjes snijden

47

to garnish

garneren

48

to marinade

marineren

49

to peel

schillen, pellen

50

to pour

gieten

51

to slice

in plakjes snijden

52

to stuff

opvullen

53

gherkin

augurk

54

orange

sinaasappel

55

cherry tomato

kerstomaat

56

cherry

kers

57

cucumber

komkommer

58

apricot

abrikoos

59

bell pepper

paprika

60

melon

meloen

61

onion

ui

62

raspberry

framboos

63

carrot

wortel

64

grape

druif

65

courgette, zucchini

courgette

66

apple

appel

67

lettuce

sla

68

strawberry

aardbei

69

Brussels sprout

spruitje

70

banana

banaan

71

potato

aardappel

72

kiwi

kiwi

73

lemon

citroen

74

mushroom

paddestoel

75

plum

pruim

76

broccoli

broccoli

77

frying pan

braadpan

78

tongs

grijptang

79

ladle

pollepel

80

whisk

garde

81

grater

rasp

82

kichen shears

keukenschaar

83

pizza cutter

pizzames

84

chef's knife

chefmes

85

bread knife

broodmes

86

rolling pin

deegrol

87

fork

vork

88

knife

mes

89

tablespoon

eetlepel

90

teaspoon

koffielepel

91

peeler

dunschiller

92

brush

borstel

93

spatula

spatel

94

wooden spoon

houten lepel

95

cutting board, chopping board

snijplank

96

dish

schotel

97

bottle opener

flesopener

98

local

lokaal

99

seasonal

seizoensgebonden

100

organic

biologisch (landbouw)

101

reusable

herbruikbaar

102

in bulk

onverpakt, in het het groot

103

packaging

verpakking

104

container

doosje, verpakking

105

groceries

boodschappen

106

in season

in het seizoen (over groente en fruit)

107

eager

gretig, enthousiast

108

excited

opgewonden

109

suspicious

verdacht

110

to survey

(mening) onderzoeken

111

a survey

enquĂȘte

112

to start from scratch

bij het begin beginnen

113

to emerge

verschijnen, te voorschijn komen

114

to prep

klaarmaken (voedsel), voorbereiden

115

to toss

mengen, husselen

116

to dine out

uit eten gaan

117

cuisine

kookstijl (eigen aan land of regio)

118

pulse

peulvrucht

119

plate

bord

120

bowl

kom

121

pot

kookpot

122

cuisine

kookstijl (eigen aan een regio)

123

kitchen

keuken (plaats waar je kookt)

124

dessert

dessert

125

pudding

dessert (pudding)

126

pastry

korstdeeg, gebakje

127

pulse

peulvrucht

128

legume

peulvrucht

129

stove

fornuis

130

cooker

fornuis